DAG 15: donderdag 1 mei

Aan de ontbijttafel in de B&B hebben we zitten kletsen met de eigenaresse over de problemen van het land. Heel voorzichtig, want iedere keer als ik opmerkte dat die townships toch wel erg ´shocking´ waren, zei zij, haast verdedigend, dat er ook wel arme blanken waren. Dat de kinderbijslag omhoog ging vond ze dom van de regering, want dan zouden de zwarten helemaal geen werk meer gaan zoeken (!!). En de salarissen moesten ook niet omhoog, want ze was nu al haar halve maandsalaris (ze werkte halve dagen) kwijt aan de salarissen van 3 fulltime personeelsleden (zwarten) die er rondlopen ......  Er wonen in Clarens maar 400 mensen, zei ze. En in dat township dan? Oh, ja, daar wonen wel 4000 mensen (maar die telde ze gemakshalve maar even niet mee). Maar het ontbijt was lekker hoor. Om half 9 reden we weg, eerst naar Golden Gate National Park, wat daar vlak bij lag. Geen beesten gezien, maar het is ook vooral een landschappelijk mooi park. Niet erg groot, we waren er zo doorheen. Om half 10 zaten we al in het Basotho Cultural Village, een soort openluchtmuseum over de Basotho, het volk dat nu voornamelijk in Lesotho leeft. Het hoogtepunt was wel het Basotho bier dat ons werd aangeboden. Eerst nam de assistent-chief een slokje (hij moest voorproeven of er geen gif in zat). Toen kreeg de chief een slok, toen onze guide en toen mocht ik. Ahum. Het stonk in de verte wel naar bier, maar zag er uit als gemalen wormen ofzo. Niet flauw doen ..... klein slokje maar, niet bij nadenken. Aysa was verstandiger en bedankte. We hebben verder wat hutten van binnen gezien en er werd muziek gemaakt. En dat was het dan. Ongeveer drie kwartier en we waren weer ´on the road´. Eerst gauw een kauwgompje genomen om de hardnekkige gore smaak te verdrijven. Volgende doel was Cathedral Peak. Daar waren we redelijk snel, alleen pech dit keer, de ´peak´ zat verscholen achter een hardnekkige wolk. Was wel een mooie rit. We hebben veel afrikaanse dorpjes met rondavels gezien, spelende kinderen in een (ongetwijfeld) ijskoude rivier, waar ook vrouwen met de was bezig waren. Verder weer een heleboel bavianen gezien. Blijft nog steeds de moeite van het stoppen en foto´s maken waard. Terug naar Winterton, waar we zowel de auto als onszelf moesten voltanken. Vanwege de wolken in de bergen hadden we niet zoveel zin om weer een heel stuk om te rijden naar Giants Castle en omdat we ook heel nodig de memorycards van de camera op cd moesten laten zetten, besloten we door te rijden naar Durban. Over de M3 was dat nauwelijks 2 uur rijden en toen zaten we aan de ´Marine Parade´, de ´Golden Mile´ van Durban, met een permanente kermis, markt, zwembaden en grote hotels, pal aan het witte zandstrand. En wat doen we dan? We boeken een kamer in het grootste hotel midden op de Golden Mile, op de 22ste verdieping met - uiteraard - zeezicht. Wauw. Zoiets als Carlton Beach in Scheveningen (waar ik nog nooit geweest ben). Eerst de foto´s ...... Niks, noppes, nada. Lukt ook hier niet. Wel een adresje gekregen gelukkig. Een enorme shopping-mall, hier twintig km vandaan, waar we morgen bijna langskomen. Dit zijn toch de mindere kanten van digitale fotografie. We zijn langs alle marktkraampjes gewandeld en hebben wat souvenirs gekocht. Het weer is hier heerlijk zomers met een koele zeebries. Na onze zoveelste Spur, die we dit keer zelfs gezocht hebben en die helemaal aan de noordkant van de gouden mijl lag, hebben we gezellig samen een bad genomen (kopje koffie erbij) en heeft Aysa haar eerste kleding ontworpen (ze wil later wel mode-ontwerpster worden). Morgen gaan we eerst de ´Gateway´ shopping-mall zoeken en zijn dan al valkbij Salt Rock, waar we voor drie nachten hebben geboekt.