DAG 3: zaterdag 19 april
Na een lawaaiige
nacht hebben we eerst om een andere kamer gevraagd aan de achterkant van het
hotel. Dat kon gelukkig. Door ons kapotte raam waren de geluiden en de stank van
auto's wel erg heftig. De douche was zo heet dat er bijna niet onder te staan
was, maar ja, het werd toch echt wel een keer tijd voor een goede wasbeurt.
Lekker ontbeten met verse jus en een kaas-tomaat tosti. Vervolgens moesten we
een vriendin van Sarah, Anne, naar Bellville brengen. Onderweg bij een
giga-supermarkt veel drank ingeslagen. Water, frisdrank, lekkere exotische
sapjes en een paar flesjes wijn. Kunnen we even mee vooruit. De supermarkt is te
vergelijken met zo'n franse Supermarché, behalve de prijzen dan, want die zijn
belachelijk laag. Een halve liter Pepsi was R 1,19, ofwel ongeveer 14 eurocent
(maar dat was wel een aanbieding). Pringles zijn weer even duur als in Nederland
en sigaretten kosten ongeveer een derde. Je mag trouwens bijna nergens roken in
Z.A. Nog meer anti-rook dan in Nederland. Maar voor mij als verstokte roker
gelukkig dat de temperatuur zodanig is dat je meestal wel buiten kunt zitten.
Vanaf Bellville zijn we richting de Indische oceaankust gereden. Onderweg hebben
we vele townships gezien, variërend van redelijk bewoonbare huizen tot
regelrechte krotten van golfplaat, plastic en board. Allemaal onafzienbare
oppervlaktes met hoge hekken eromheen. Wat een desolate plek om te leven in
verder zo'n prachtig land. En hoe begrijpelijk dat die mensen geregeld
agressief worden van de zeer ongelijke verdeling van rijkdom. Maar om nou te
zeggen dat we ons daar erg op ons gemak voelden ........ nee dus. Via de
oostkust zijn we afgezakt naar het zuiden. Toen we vanochtend opstonden was heel
Kaapstad in een dichte mist gehuld die snel optrok, maar hier aan deze oostkust
was het af en toe nog wel mistig. Voorbij Simonstown zijn we naar het strand
gewandeld en jawel hoor ........ penguins.
Duizenden
die voor een groot deel overigens tussen de struiken in een soort holletjes
lagen (broedseizoen??) maar een paar waren in de zee tussen de grote rotsen en
Aysa kon dus daadwerkelijk tussen de penguins zwemmen. Na een uurtje of twee op
het strand zijn we verder zuidwaarts gereden naar het NP of Good Hope, ofwel
Kaap de Goede Hoop. Ik had me al veel voorgesteld van de pracht van dit land,
maar die verwachtingen werden ruimschoots overtroffen.
Geweldig,
wat een landschap. Vlagen van laaghangende wolken zagen we boven de oostkust,
maar aan de westkust was het helder blauw. Het licht was prachtig door de
inmiddels lager staande zon. Enorme golven braken op de rotskust en spatten vele
tientallen meters omhoog.
We zagen bavianen (Bobbejanen), die op een haar na door het open raam naar
binnen waren gesprongen. Ik schrok me kapot, want ik zou niet geweten hebben wat
ik moest doen met een baviaan op schoot. De apen waren brutaal en nieuwsgierig
en sprongen op de auto, gingen op de zijspiegels zitten en keken uitgebreid naar
binnen. Even later hadden we bijna een aanrijding met een struisvogel die ineens
de weg overstak. Er bleken er een stuk of 10 rond te lopen, zo dicht bij dat je
ze met je hand uit het raampje van de auto bijna kon aaien.
Natuurlijk
de verplichte fotootjes gemaakt bij HET bord van Kaap de Goede Hoop; dat hoort
erbij. Tegen een uur of half zes zijn we weer vertrokken, langs de westkust
terug naar Kaapstad waar we rond een uur of 7 bij V&A Waterfront waren.
We hebben de foto's van Ivo en Sarah opgehaald en zijn vervolgens op een terras
buiten wat gaan eten; stuk duurder daar trouwens dan gisteren bij de Spur. Bier
was 2x zo duur, maar voor Nederlandse begrippen nog steeds goedkoop. Omdat Ivo
nog steeds geen auto heeft, zijn hij en Sarah maar weer meegegaan naar het
hotel, waar ze spontaan een flinke korting gaven op de kamerprijs. Aardig wel.